Het onderwijs moet een betere voedingsbodem bieden voor kritische participatie, schrijven Carien Verhoeff en Michiel Overgaag. Dat is uiteindelijk de sleutel tot verbinding. Het ontkennen van controverses omwille van het bewaren van de lieve vrede binnen onderwijsinstellingen vergroot de kloof tussen mensen met tegengestelde meningen alleen maar. Juist in deze tijden van toenemende polarisatie is het van groot belang om de discussie levend te houden en een onwrikbare tweespalt te voorkomen.
De huidige samenleving wordt steeds meer gekenmerkt door polarisatie, en het onderwijs vormt daarop geen uitzondering. Van sociale ongelijkheid tot geopolitieke spanningen: complexe vraagstukken dringen diep door in de collegezalen van hogescholen en universiteiten. Bestuurders, docenten en studenten worden geconfronteerd met activisme, verhitte discussies en verdeeldheid. Juist in deze turbulente tijd wordt het belang van participatie, kritisch denken en dialoog in het onderwijs steeds urgenter. De vraag is op welke wijze bestuurders en toezichthouders in het onderwijs het beste invulling kunnen geven aan hun sleutelrol: het creëren van een cultuur waarin kritische participatie mogelijk is.
We zagen de afgelopen maanden veel voorbeelden van hoe het in ieder geval niet moet. Pro-Palestinademonstranten bezetten faculteiten en richtten er vernielingen aan: eenzijdig activisme zonder enige kans op dialoog waarbij de onderwijsbestuurders met de handen in het haar stonden. Ook het gewelddadige protest tegen een bezoek van minister Brekelmans, die een lezing kwam geven op de UvA, hoort in dit rijtje thuis. Dat de minister vervolgens uit onmacht maar naar huis werd gestuurd was geen fraai voorbeeld van de academische traditie.
Het onderwijs als spiegel van de maatschappij
Het onderwijs weerspiegelt maatschappelijke spanningen en biedt tegelijkertijd een platform om deze spanningen te uiten. Toch zien we dat onderwijsinstellingen vaak terugschrikken voor controverse. Dit leidt immers al snel tot klachten over sociale onveiligheid, waarna bestuurders vaak kiezen voor veilige, procedurele oplossingen, zoals het verwijzen naar vertrouwenspersonen of protocollen. Hoewel deze aanpak op korte termijn rust kan bieden, gaat dit ten koste van een kernfunctie van het onderwijs: studenten voorbereiden op een complexe, diverse en vaak controversiële samenleving.
Het gevaar van activisme zonder dialoog
Activisme binnen het onderwijs kan waardevol zijn, maar het dreigt soms de ruimte voor open debat en kritisch denken te verdringen. Wanneer absolute standpunten domineren, wordt het onderwijs eerder een platform voor eenzijdigheid dan een arena voor constructieve uitwisseling. Dit maakt het des te belangrijker dat onderwijsinstellingen actief inzetten op participatie en dialoog, in plaats van terug te deinzen voor controversiële thema’s.
Actuele voorbeelden van activisme binnen universiteiten, zoals discussies over Gaza, racisme en discriminatie, benadrukken de noodzaak van open debat. In sommige gevallen leidt activisme tot polarisatie en het vermijden van discussie. Studenten eisen bijvoorbeeld het hijsen of juist weghalen van vlaggen, terwijl anderen zich terugtrekken uit gesprekken uit angst voor tegenreacties.
Om deze dynamiek te doorbreken, moeten universiteiten meer ruimte bieden voor open, wetenschappelijke discussies waarin activistische geluiden worden geïntegreerd. Het organiseren van debatbijeenkomsten, het bieden van historische context, en het stimuleren van kritisch denken zijn belangrijke stappen.
Voorwaarden voor kritische participatie
Om het onderwijs weer een ruimte te maken voor gezamenlijkheid en kennisdeling, mogen de volgende elementen niet ontbreken. Ten eerste moet er te allen tijde ruimte zijn voor dialoog. Gesprekken over gevoelige onderwerpen moeten niet vermeden maar juist gefaciliteerd worden. Bestuurders hebben hierin een voorbeeldfunctie door te laten zien dat meningsverschillen mogen bestaan en dat deze besproken moeten worden.
Ten tweede moeten alle studenten ervaren dat er naar ze wordt geluisterd en dat hun stem meetelt. Medezeggenschap moet meer zijn dan een formaliteit. Het betekent dat diverse stemmen binnen de organisatie niet alleen worden gehoord, maar ook daadwerkelijk worden benut in beleidsvorming.
Een derde voorwaarde voor kritische participatie is het gebruik en de acceptatie van humor en relativering tijdens discussies: Een ontspannen en open houding kan bijdragen wederzijds begrip en een gevoel van gemeenschap. Een jou niet welgevallig standpunt van een medestudent moet geen reden zijn om je onveilig te voelen. Bestuurders in het onderwijs kunnen dit ook duidelijk maken en inzetten op een gezonde discussie en deze indien nodig modereren.
De paradox van sociale veiligheid
Sociale veiligheid wordt namelijk vaak aangevoerd als reden om bepaalde gesprekken te vermijden of meningen te isoleren. Ironisch genoeg kan deze benadering juist leiden tot meer sociale onveiligheid. Het uitsluiten van bepaalde stemmen of perspectieven vergroot de kloof tussen groepen en versterkt polarisatie. Het is aan onderwijsinstellingen om een omgeving te creëren waar studenten niet alleen leren omgaan met meningsverschillen, maar ook leren samenwerken aan gezamenlijke oplossingen.
Van kwalificatie naar emancipatie
In het funderend onderwijs ligt momenteel de nadruk op burgerschapsonderwijs, waarbij vooral aandacht wordt geschonken aan kwalificatie en socialisatie. Hiermee is dit burgerschapsonderwijs op de keper beschouwd haar naam onwaardig, omdat het in wezen verdoezelt dat er een gepolariseerde samenleving bestaat. Wat ontbreekt, is de emancipatoire dimensie: het vermogen van studenten om kritisch te participeren, de status quo te bevragen en actief mee te denken over alternatieven. Het idee van “braaf burgerschap” – met kernwaarden als loyaliteit, gehoorzaamheid en het mijden van conflicten – ondermijnt dit proces. Studenten leren hierdoor eerder hoe zij zich moeten aanpassen aan het systeem, dan hoe zij kritisch kunnen bijdragen aan verandering.
Kritische participatie als sleutel tot verbinding
Participatie vraagt om meer dan het uiten van een mening. Het gaat om het vermogen om te reflecteren, oordelen te vormen en nieuwsgierig te zijn naar de inbreng van anderen. De filosofe Hannah Arendt benadrukte dat pluraliteit – de aanwezigheid van verschillende perspectieven – essentieel is voor het menselijk bestaan. Toch leidt pluraliteit niet automatisch tot gezamenlijkheid. Het is pas door open uitwisseling en intersubjectieve toetsing dat nieuwe inzichten ontstaan en gedeelde besluiten mogelijk worden. Als we willen dat studenten leren samenleven en samenwerken in een gepolariseerde wereld, is er een rol weggelegd voor het onderwijs om hen hier actief op voorbereiden. Dit vraagt om moed van bestuurders, lef van docenten en betrokkenheid van studenten. Het zou mooi zijn als onderwijsinstellingen actief investeren in een cultuur van respect, nieuwsgierigheid en onderzoekende dialoog. Dat betekent ook het proactief agenderen van controversiële thema´s en de oproep tot een open debat. Hoe controversiëler het onderwerp, hoe sterker dit uitnodigt tot participatie. Dat vraagt uiteraard wel om een zorgvuldige voorbereiding en een stevige moderatie. De hierboven reeds genoemde sociale veiligheid hoeft wat ons betreft niet meer in beton te worden gegoten, maar met een veronachtzaming ervan valt de gewenste dialoog stil en bereiken we nog steeds niets. Veiligheid ontstaat juist door leerlingen en studenten bloot te stellen aan andere meningen en inzichten. Door deze op zich in te laten werken zullen ze leren dat dit soms tot nieuwe inzichten leidt. Dit bevordert uiteindelijk de weerbaarheid en veerkracht waar onze maatschappij zo´n behoefte aan heeft.
Het onderwijs heeft de unieke taak om een nieuwe generatie voor te bereiden op een complexe en diverse samenleving. Dit vraagt om kritisch burgerschap, waarbij studenten niet alleen leren denken en oordelen, maar ook leren samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. Alleen door actieve participatie te omarmen, kan het onderwijs zijn emancipatoire functie vervullen en bijdragen aan een veerkrachtige maatschappij waar iedereen zich uitgenodigd weet zijn stem te laten horen. Samenwerking, respect en een nieuwsgierige blik naar de ander vormen hierbij de sleutel.
Belemmeringen voor kritische participatie
Er zijn tal van structurele belemmeringen binnen het hoger onderwijs die de stem van studenten en docenten beperken. Het rendementsdenken, de rigide kwaliteitscycli en accreditatietrajecten beperken vaak de ruimte voor kritische reflectie. Deze normatieve kaders, initieel bedoeld om kwaliteit te waarborgen, kunnen innovatie en verdieping juist in de weg staan. Bestuurders staan onder druk om meetbare resultaten te leveren, maar dit roept de vraag op: waarvoor worden studenten eigenlijk “klaargestoomd”? Meer flexibiliteit en regie voor studenten over hun eigen studietrajecten kunnen helpen om onderwijs beter af te stemmen op hun toekomstige behoeften en rol binnen de maatschappij.
Verantwoordelijkheid van bestuurders en toezichthouders
Bestuurders hebben een sleutelrol in het creëren van een cultuur waarin kritische participatie mogelijk is. Dit vereist moed om af te wijken van starre kaders en meer nadruk op waardengedreven onderwijs. Studenten en medewerkers moeten worden uitgenodigd om actief bij te dragen aan de koers van de instelling.
Toezichthouders, maar ook de onderwijsinspectie, zouden daarnaast een bredere blik moeten ontwikkelen. Het is belangrijk dat zij niet alleen toezien op onderwijskwaliteit, maar ook op de mate waarin instellingen bijdragen aan een levendige democratische cultuur. Het faciliteren van discussie, reflectie en participatie is een cruciaal onderdeel van goed onderwijs. Met het ontkennen van controverse en polarisatie hollen onderwijsbestuurders de eigen organisatie uit. Door op te roepen tot kritische participatie kan men de eerste stappen zetten tot de opbouw van een krachtige gemeenschap.
De kernvraag – oproep tot een open debat
Dan komen we terug bij de kernvraag: hoe kunnen bestuurders en toezichthouders barrières doorbreken en een inclusieve, betekenisvolle onderwijsomgeving bevorderen? Dit zou een startpunt moeten zijn voor een open debat tussen alle belanghebbenden.
Een eerste antwoord ligt in ieder geval in het durven loslaten van puur meetbare doelen en het creëren van ruimte voor impactgedreven onderwijs. Dit betekent niet alleen praktische aanpassingen, zoals meer flexibiliteit in het curriculum, maar ook een fundamentele verandering in de manier waarop universiteiten hun rol als kennisinstellingen zien. Het hoger onderwijs kan een voorbeeld zijn van hoe samenleven en samenwerken in een diverse, complexe wereld mogelijk is. Maar dat vraagt om lef, visie, en een hernieuwd engagement met de kernwaarden van wetenschap en democratie.